En ik wachtte,
hopend op een andere uitkomst,
smekend om een sterker wij.
Smachtend naar een diep gelegen
passievol en lager tij.
–
Wachten leek een doel op zich,
smeken liet mijn knieën bloeden.
Smachten bracht een hard besef,
liefde liet me niets meer voelen.
–
Mijn handen liet je trillend
al jouw zware lasten dragen.
Als water naar de zee,
oneindig leken alle dagen.
–
Mijn veilige haven ebde weg,
mijn hart werd alsmaar zwaarder.
Van al het eindeloze vragen,
liet je mij jouw kruimels rapen.
–
Het ‘wat als’ bleef bedrogen achter,
mijn hoofd was klaar met hopen.
De botte bijl gaf de verleiding,
tot het doorhakken van de knopen.
–
Ik maak een buiging terwijl ik voel,
dat levenslust plaats maakt voor pijn.
Het licht dat ik eens in je ogen zag,
bleek al die tijd van mij te zijn.
Geef een reactie