Een wereld die te groot voelde

–

—

Ik snapte nooit zo goed wat ze bedoelden,

hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Dat is niet wat ik voelde.

Waarom werd dat dan zo gezegd?

–

In groep twee had ik vriendinnetjes,

we zaten in een kleine klas.

Ik kon altijd goed meedoen,

wist heel snel waar ik goed in was.

–

Buiten speelden we politie en boefje,

lekker huppelend door het zand.

Het speeltoestel was de gevangenis,

dan renden we weg, hand in hand.

–

Kinderfeestjes waren gezellig,

een speurtocht met een kleine groep.

De kers was een traktatie,

broodje knakworst en wat snoep.

–

In groep drie had ik geen vriendjes,

al was de klas vier keer zo groot.

Ik mocht ineens niet meer meedoen

en ik snapte niet waarom.

–

Ik was niet ineens een ander meisje,

speelde nog altijd graag in het zand.

Het speeltoestel voelde als een gevangenis

en niemand pakte meer mijn hand.

–

Kinderfeestjes voelden druk,

ik was er wel, maar zo voelde het niet.

De traktatie was de rust,

wanneer iedereen weer naar huis toe liep.

–

Ze snapten nooit zo goed wat ik bedoelde,

spreken is zilver, zwijgen is goud.

Alleen kon ik beter voelen,

op mezelf zijn voelde vertrouwd.

Tags

Geef een reactie