De laatste jaren zijn de verhoudingen binnen onze samenleving merkbaar aan het veranderen. Juist in die verschuiving wordt zichtbaar hoe diep oude patronen nog in ons doorwerken. Al jarenlang houdt één vraag mij bezig: waarom blijft de focus zo sterk gericht op het ‘zij versus hij’-principe? Alles in mij verlangt ernaar om verdeeldheid te doorbreken en de gemeenschap weer dichter bij elkaar te brengen. Opgegroeid in een maatschappij waarin polarisatie vaak de boventoon voert in debatten, discussies en afspraken, merk ik dat mijn blik op de huidige veranderingen steeds kritischer wordt. Eeuwenlang lag de macht in handen van mannen. Ik noem dit niet als verwijt; het is slechts een feit dat onze samenleving tekent. Dit zogenoemde patriarchaat is niet zomaar uit de lucht komen vallen; het is een beweging die door de eeuwen heen is ontstaan. We hebben het hier over een ontwikkeling die zich over duizenden jaren heeft uitgestrekt.
Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis van de moderne mens leefden we als jagers en verzamelaars. Deze groepen bestonden uit zowel mannen als vrouwen. Zij leefden in een samenleving waarin geen sprake was van vaste huizen of privégrond. Mede hierdoor konden antropologen vaststellen dat de verhoudingen tussen de seksen in veel van deze groepen relatief gelijkwaardig waren. Ongeveer 7000 jaar geleden ontstond in onze streken de verschuiving van jagers-verzamelaars naar landbouwers. Dit maakte privébezit van grond en vee mogelijk, waarna bezit vaak via de mannelijke lijn werd overgedragen om het binnen de familie te houden. Omdat het fysiek zware werk op het land meestal door mannen werd uitgevoerd, kregen zij in veel samenlevingen een grotere invloed op het bezit en de verdeling van grond.
Vele jaren later werd met de komst van het christendom de positie van de man als gezinshoofd verder bekrachtigd en werd de formele kerkelijke macht uitsluitend door mannen gedragen. Binnen de toenmalige kerkelijke traditie, mede gebaseerd op een strikte interpretatie van de Bijbel, werd de vrouw gezien als ondergeschikt aan de man. Zij werd hiermee beschouwd als spiritueel en fysiek zwakker en daarom ongeschikt voor bestuurlijk leiderschap. Het patriarchaat werd hiermee verder versterkt. De rol van de vrouw verschoof naar binnenshuis: het gehoorzamen van haar echtgenoot, het baren van kinderen en het zorgen voor het gezin. In de officiële samenkomsten moesten vrouwen zwijgen en mochten zij niet preken.
Vanaf de 19e eeuw werd de man ook wettelijk aangewezen als hoofd van de echtvereniging. Dit hield in dat getrouwde vrouwen als juridisch handelingsonbekwaam werden aangemerkt; ze mochten zonder toestemming van hun man geen bankrekening openen, werken of reizen. Juridisch gezien stonden vrouwen gelijk aan kinderen en “krankzinnigen”. Pas in 1956 werd deze wet afgeschaft, maar het duurde tot 1970 voordat de man officieel niet meer ‘het hoofd van het gezin’ was volgens de wet. De eerste feministische golf, die vooral streed voor vrouwenkiesrecht, vond jaren daarvoor al plaats, maar pas bij de tweede golf ontstond een wezenlijke verschuiving. Bekende actiegroepen, waaronder de Dolle Mina’s, streden toen voor economische onafhankelijkheid, gelijke kansen op de arbeidsmarkt, het recht op abortus en een eerlijke verdeling van het huishoudelijk werk.
Helaas bleef ook na deze golf maatschappelijke ongelijkheid de norm, maar verschuivingen bleven zich tot op de dag van vandaag voordoen. Zo kregen vrouwen pas in de tweede helft van de twintigste eeuw volledige juridische en financiële zelfstandigheid. Laat het tot je inwerken dat deze essentiële voorwaarden om als vrouw een zelfstandig leven te leiden nog maar zo’n veertig jaar in onze wetboeken staan.
Natuurlijk bevindt de moderne mens zich al veel langer op deze aarde. Wanneer we de 300.000 jaar geschiedenis van Homo sapiens omrekenen naar een etmaal, leefden wij daarvan ongeveer 23,5 uur als jagers en verzamelaars. Het patriarchaat beslaat in deze vergelijking slechts een half uur van deze vierentwintig uur durende voorstelling. Toch lijkt de slechts elf seconden durende emancipatiebeweging enorm veel los te maken in ons.
Hoe kan het dat hierover zoveel commotie ontstaat?
Om antwoord te geven op deze vraag, moeten we kijken naar de psychologie achter ingrijpende veranderingen. Hoewel het patriarchaat op de totale tijdlijn slechts een fractie beslaat, is het de enige realiteit die generaties lang is doorgegeven. Wanneer vertrouwde structuren beginnen te verschuiven, brengt dat onvermijdelijk frictie met zich mee. Het loslaten van oude, vanzelfsprekende rollen kan onbewust voelen als een persoonlijk verlies en precies daar ontstaat de onrust. Wanneer een bepaalde dynamiek duizenden jaren de norm is, worden cultuur, wetten en religies volledig om deze norm heen gebouwd. Het doorbreken van zo’n diepgeworteld fundament vraagt tijd en dat proces brengt simpelweg onzekerheid en morele paniek met zich mee.
Het pijnlijke gevolg is dat deze frictie soms ten koste gaat van het bundelen van onze krachten en juist kan zorgen voor het ontkrachten van elkaars kwaliteiten. Er is een diepmenselijke behoefte aan vertrouwde kaders; we zoeken veiligheid in een sociale norm die gedurende het grootste gedeelte van ons menselijk bestaan helemaal niet de norm was. Ooit leefden wij in gemeenschappen waarin we elkaar als aanvulling zagen. Ooit zagen we elkaar niet als meer of minder, maar als één geheel dat elkaar in stand hield.
Want hoe we ook verschillen in geslacht en energie, we zijn in de basis allemaal mens. En hoewel we niet hetzelfde zijn in ons doen en laten, is het juist dát verschil dat ons zo prachtig maakt. We zijn geen tegenpolen, we zijn een aanvulling. Het is tijd dat onze maatschappij haar blik verruimt. Niet om te vechten voor wie er wint, maar om eindelijk weer de bewondering te ervaren van échte gelijkwaardigheid.
Her-writing
Plaats een reactie